Eerste Hulp Bij Omgevingswet

Wacht niet op voorbeelden. Word zelf het voorbeeld.

‘Bij ons op de afdeling gaat het eigenlijk best goed. Maar inderdaad: de Omgevingswet komt eraan. En ik denk dat afdeling X het daar nog lastig mee gaat krijgen.’

Tijdens een opdracht die ik deed bij een gemeente, interviewde ik een aantal ambtenaren over de Omgevingswet. Ik wilde onder andere van hen weten hoe ze tegen de wet aankijken en wat er naar hun idee binnen de organisatie nodig is om, zoals de Omgevingwet dat voorstaat, opener te gaan werken. Opener naar elkaar. En opener naar buiten toe.
Wat mij vooral opviel in al die gesprekken was dat er veel naar anderen wordt gekeken. Naar de organisatie. En naar collega’s.

Illustratief is bijvoorbeeld dat alle geïnterviewden het er wel over eens waren dat de regeldruk te hoog ligt. Dat die regels beperkend werken. En dat er meer ruimte voor eigen initiatief zou moeten komen.

Maar … op de vraag op welke beleidsterreinen dat dan vooral van toepassing was, wezen vrijwel alle mensen naar andere beleidsterreinen. Naar groen, water, bodem, geluid, , enz. Voor het eigen terrein lag dat toch net ietsjes complexer …

Moet ik regels los gaan laten?

Mijn gevoel is dat veel ambtenaren wel degelijk de waarde van de Omgevingswet inzien; maar dat ze het moeilijk vinden om zelf handen en voeten te geven aan de veranderingen die die wet met zich meebrengt.

En heel eerlijk: dat is ook spannend.

Want ik moet als ambtenaar dus andere vragen gaan stellen in een gesprek met een inwoner? Minder vanuit standaarden. Meer vanuit oplossingen. Minder vanuit mijn eigen terrein. Meer overkoepelend.

Regels waren jarenlang mijn houvast. Die moet ik dus nu los gaan laten? Waarbij ik me ook nog eens op het terrein van mijn collega’s moet begeven; een terrein waar ik wat minder thuis in ben.

En als ík dat ga doen, gaan collega’s dat ook doen. Hoeveel grip heb ik dan straks nog op mijn eigen terrein? Hoe zorgen we dat we hierin met zijn allen op één lijn zitten? En wat verwacht het bestuur hierin van mij?

Een betere omgeving begint bij jezelf

Het gemakkelijkste is om te wachten. Te wachten op de buurgemeente of totdat een collega het stokje oppakt en met de Omgevingswet aan de slag gaat.

Maar, zoals een beter milieu bij jezelf begint, zo begint ook een betere omgeving bij jezelf. Dus: begin gewoon. Vandaag nog. En begin dan klein.

Als je in gesprek gaat met een inwoner, stel je jezelf dan eens voor dat jij die inwoner bent. Wat verwacht je van de ambtenaar? Dat die zich beperkt tot het eigen gebied? Of dat hij of zij oprecht probeert met jou aan een oplossing te werken?

Ga die uitdaging aan en deel je bevindingen met je collega’s. Praat over je twijfels en ervaringen. Leer van elkaar. En maak elkaar enthousiast.

Wacht niet op voorbeelden, maar word zelf het voorbeeld.

Word jij de ambtenaar die je zelf tegenover je wilt hebben zitten?

En ja, het is belangrijk dat een gemeente een gezamenlijk perspectief heeft. Dat er bruggetjes worden aangelegd tussen de verschillende afdelingen onderling; en tussen de gemeente als organisatie en haar inwoners. Zodat je als samenleving ook echt integraal kunt gaan werken, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid.

Maar laat dat werk aan een bruggenbouwer over.

De Omgevingswet biedt prachtige kansen. Jij kunt de ambtenaar worden die je zelf tegenover je wilt hebben zitten als jij een vraag hebt voor de gemeente. Dat is jouw uitdaging. En hoe eerder je die aangaat, hoe eerder jij, je collega’s, je gemeente en de inwoners daar profijt van hebben.

 

mm

Nancy van der Linden

Projectmanager binnen Louter die met name geïnteresseerd is in de relatie tussen ruimtelijke omgevingen en de personen en partijen die daarbij betrokken zijn. Maakt zich binnen gemeentelijke organisaties hard voor het samenbrengen van partijen, het samen laten gaan van belangen en het samensmelten van kwaliteiten.

Wil ook jij gaan bouwen aan de Omgevingswet?
Bel Louter.